Het zeppelin- en garnizoenmuseum

Foto: Museum Sønderjylland

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 had de Duitse vloot slechts één luchtschip tot zijn beschikking: de zeppelin L 3. De behoefte van de Duitse marine aan luchtschepen nam sterk toe in de eerste maanden van de oorlog. 

De eerste twee loodsen waren klaar in maart 1915. Deze waren 180 meter lang, 31 meter hoog en 40 meter breed. Op 23 maart 1915 landde het eerste luchtschip in Tønder, de Parceval PL 25. Het schip was 8 maanden gestationeerd in Tønder.

Op 25 april 1915 landde de eerste zeppelin in Tønder, de L 7. De basis was een dorp op zich en vrijwel geheel zelfvoorzienend. Een eigen gasfabriek, waterbedrijf, elektriciteitscentrale, zuiveringsinstallatie en complete riolering laten zien hoe er in korte tijd een geweldig bouwproject gerealiseerd is.

De basis had de volgende faciliteiten:

De luchtschiploodsen Tobias en Toni met elk ruimte voor één luchtschip.

De luchtschiploods Toska met ruimte voor twee luchtschepen.

Een hangar voor vijf jachtvliegtuigen van het type Albatros D III.

Een verankeringsplaats voor tijdelijke stalling van een luchtschip.

Een spoorbaan voor intern gebruik op de basis met aansluiting op de spoorlijn Tønder-Tinglev.

Een radiostation voor communicatie met de luchtschepen via de telegraaf.

Een peilzender waarop de luchtschepen konden navigeren.

Een schijnwerper op rails.

Een lichtbaken op de noordwestelijke punt van het dak van de loods Tobias.

Ondergrondse benzineopslagtanks:

De loodsen Tobias en Toni hadden elk een opslagtank van 10.000 liter.

De Toska had een opslagtank van 30.000 liter.

Gasfabriek en opslagtank van 50.000 kubieke meter.

Warmtecentrale met ketel en warmtedistributie over de basis.

Waterbedrijf.

Riolering en zuiveringsinstallatie.

Twee werkplaatsen.

Weerstation.

Barakken voor ongeveer 600 soldaten.

De aanval op de zeppelinbasis

De zeppelinbasis van Tønder was de hele Eerste Wereldoorlog een doorn in het oog van de Britten. Pas in de zomer van 1918 waren de Britten klaar voor een bepalende aanval op de Tønder-basis. Het probleem was tot dan toe het bereik van de vliegtuigen geweest; Tønder lag te ver van Engeland.

Dit werd door de Engelsen opgelost met de bouw van het eerste echte vliegdekschip ter wereld, de HMS Furious, met zowel een start- als landingsbaan. Ze hadden tevens een vliegtuig ontwikkeld dat de klus zou kunnen klaren, namelijk het eenmotorige jachtvliegtuig Sopwith Camel.

Op 18 juli zette de HMS Furious vanuit Engeland koers naar de Deense kust, met aan boord de zeven vliegtuigen die de aanval moesten uitvoeren. Bovendien werd het vliegdekschip ter bescherming geëscorteerd door zeventien andere schepen. Op 19 juli om 03.04 uur werd begonnen met de eerste luchtaanval ter wereld vanaf een vliegdekschip op een doel op land (de zeppelinbasis in Tønder). Vanaf het vliegdekschip was het 150 km naar Tønder en de vliegtuigen hadden niet genoeg benzine om terug te keren. Daarom moesten ze na het bombardement een noodlanding maken in het neutrale Denemarken.

Om 04.35 uur viel de eerste van in totaal vijf bommen op de loods Toska. In de loods stonden op dat moment de L-54 en L-60. Deze werden volledig door brand verwoest en dikke rook steeg op uit de gaten die de bommen in het dak van Toska hadden geslagen. Afgezien van de gaten in het dak en rookschade, raakte Toska verder niet beschadigd. De loods Tobias werd door twee bommen geraakt, en in de stad Tønder viel een verdwaalde bom op het marktplein.

Renovatie van de vliegtuighangar

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Duitsland het bevel om alle militaire installaties en gebouwen te ontmantelen. Dat had echter geen invloed op de basis in Tønder omdat die na de Deense hereniging in 1920 in Denemarken lag. Zodoende is de zeppelinbasis in Tønder de best bewaard gebleven zeppelinbasis van Europa. Tegenwoordig zijn alleen nog de fundamenten te zien van de grote zeppelinloodsen, terwijl in de nazomer van 2018 begonnen is met een grote restauratie van de vliegtuighangar. Zo krijgt de grote hangar onder andere een volledig nieuw dak.