Oorlogsgraven en gedenktekens - Eerste Wereldoorlog

Foto: Verdenskrigensspor.dk

Op veruit de meeste begraafplaatsen in Zuid-Jutland zijn gedenktekens en graven te vinden van mensen uit deze streek die gesneuveld zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het grootste deel van de gedenktekens is voor zowel Deens- als Duitsgezinde gesneuvelden uit Zuid-Jutland, maar op enkele plaatsen zijn er afzonderlijke gedenktekens voor de Deens- en Duitsgezinden.

Gedenktekens voor de gevallenen

Skt. Nikolajs Kirke, Aabenraa

Ten zuiden van het koor van de Skt. Nikolajs Kirke staat het monument van Aabenraa voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog: een granieten sokkel met een bronsreliëf van een doodsengel tussen twee soldaten. De soldaat links draagt de Duitse Stahlhelm en onder hem staat: “Unseren gefallenen Söhne” (Onze gevallen zonen). De soldaat rechts is blootshoofds en heeft een baard, onder hem staat: “Vore faldnes Minde” (Ter nagedachtenis aan onze gevallenen). De namen van de gevallenen staan niet op het monument, maar op een aantal borden in de kerk. Het gedenkteken is opgericht in Duits-Deense saamhorigheid en er werd benadrukt dat de uitgeschreven wedstrijd openstond voor zowel Deense als Duitse kunstenaars. Uiteindelijk won de Deense beeldhouwer Johannes Clausen Bjerg (1886-1955). De onthulling vond plaats op 18 november 1923. Er was allereerst een Deense kerkdienst, waarna het monument werd onthuld door de bisschop van het pas opgerichte bisdom Haderslev Stift. Vervolgens werd in de kerk een Duitse herdenkingsdienst gehouden. Die avond werd verder een herdenkingsfeest georganiseerd in het Folkehjem. Het monument kostte 10.000 Deense kronen, een bedrag dat in Aabenraa is ingezameld.

Kerk van Egen, Als

Op het kerkhof ten westen van de kerk zijn op een lage stenen muur 66 marmeren platen aangebracht langs de rand van een grafheuvel uit de bronstijd met daarop een middeleeuwse klokkentoren. Bij het pad naar de heuvel staat een steen met de volgende inscriptie: ”Minde for Egen Sogns Sønner, der faldt i Krigen 1914-1918” (Ter nagedachtenis aan de zonen van Egen die in de Oorlog van 1914-1918 gevallen zijn). Iedere plaat draagt de naam van één van de gevallenen uit de kerkgemeente. Het monument is gebaseerd op een idee van architect Dahl uit Flensburg en is uitgevoerd door bouwmeester Brix naar een tekening van bouwmeester Knudsen. De marmeren platen zijn in Kiel ingekocht voor een prijs van ongeveer 10.000 mark, een bedrag dat vóór de hereniging is ingezameld. Vervolgens is er nog 2.700 kronen ingezameld voor de overige uitgaven bij de aanleg van het gedenkteken.

Kerk van Broager

Op het kerkhof van Broager staat een gedenkheuvel met rondom de voet twee rijen met 164 stenen waarop de namen van de gevallenen staan. Op de meeste staat één naam, maar sommige hebben er meer, omdat familieleden op dezelfde steen staan. Zo dragen twee stenen de namen van vier broers, en op een andere staan een vader en zijn twee zoons. Alles bij elkaar zijn het 188 namen. De stenen komen allemaal uit Broagerland en staan gegroepeerd op de plaats van herkomst van de gevallenen, wat langs de rand van de heuvel wordt aangegeven met een steen voor elk van de negen dorpen van Broager. Op de top van de heuvel staat een zwerfkei met de inscriptie: “Sten sat over Broager Land Sønner til Minde faldne i Krigen 1914-18” (Steen opgericht ter nagedachtenis aan de zonen van Broagerland die gevallen zijn in de Oorlog van 1914-18). Eromheen zijn negen eiken geplant, maar die hebben het niet allemaal overleefd tot in onze tijd. Kunstschilder Johan Thomas Skovgaard (1888-1977), die de gedenkstenen in Dybbøl en Varnæs heeft uitgehouwen, heeft geholpen bij de planning van het monument. Het is ingewijd op 19 november 1922 met een herdenkingsplechtigheid in de kerk van Broager.

Sønderborg

Op het kerkhof ten oosten van de Mariakerk staat een vier meter hoge sokkel met daarop de namen van de 102 gevallenen van Sønderborg. Erbovenop prijkt een cenotaaf, een leeg graf. Het gedenkteken is gemeenschappelijk opgericht door Deense en Duitse burgers, en er werd besloten om geen andere inscripties op de cenotaaf te zetten behalve “1914-1918”, en verder alleen de namen en jaartallen van de gevallenen op de sokkel. De architect Thomas Havning (1891-1976) heeft het monument ontworpen en het is gemaakt door steenhouwer Iversen uit Sønderborg. De onthulling vond plaats op 20 mei 1923 en er werden toespraken gehouden in het Deens en het Duits. Het lege graf is een klassiek motief en daarmee volledig neutraal. De uitvoering doet echter sterk denken aan het Britse oorlogsmonument dat kort na het einde van de oorlog in Londen is opgericht.

Klosterkirkegården, Haderslev

Op Klosterkirkegården, het oude kloosterkerkhof met uitzicht over het meer Haderslev Dam, staan twee gedenktekens voor de gevallenen in de Eerste Wereldoorlog, het ene is Deens, het andere Duits. In 1922 had men alle verschillen opzij gezet en besloten om een gemeenschappelijk monument op te richten voor beide nationaliteiten, maar het verwijderen en vernietigen van een gedenksteen over de gevallenen uit Sleeswijk-Holstein van 1848-51 zorgde voor een impasse. Er kon geen overeenstemming meer worden bereikt over de taal of de tekst van de inscriptie. Het Duitse monument is opgetrokken uit Treuchtlinger marmer en bestaat uit een rechthoekige zuil met de namen van de gevallenen. Bovenop staat een Duitse Stahlhelm op een lauwerkrans. Het is gemaakt door de Zuid-Duitse beeldhouwer Hermann Blecker en is mogelijk gemaakt door een donatie van de Duitse Arbeiterwohlfahrtsverein. De onthulling vond plaats op 18 januari 1925, en zowel bij de plechtigheid op het kerkhof als bij de daaropvolgende kerkdienst werden ook de Deensgezinde oorlogsdeelnemers herdacht. Oorspronkelijk waren er 173 namen in de steen gebeiteld, tegenwoordig staan er 211 op de gele steen. Het Deense gedenkteken bestaat uit een zeshoekige sokkel van graniet met erbovenop een hunebed met de jaartallen 1914-1918 op de bovenste steen. De namen van de 112 gevallenen staan op stenen op de sokkel en aan de voet. Het gedenkteken is ontworpen door architect Peter J. Gram en uitgevoerd door steenhouwer A. Petersen. Het gedicht op de voorkant is geschreven door schrijver en politieofficier Erich Erichsen. De nationale tegenstelling wordt duidelijk weerspiegeld door de vorm van de twee monumenten. Het hunebed is een belangrijk symbool binnen de Deense nationaalromantiek, zoals de Stahlhelm en de lauwerkrans dat zijn voor de Duitse militaire symboliek.

Gram

Het gedenkteken staat op een pleintje ten zuiden van het kerkhof van Gram en bestaat uit de bronzen figuur “Sorgen” (Droefheid) op een sokkel van graniet met daarop een gedicht en de namen van de 60 gevallenen uit Gram. Het monument is uitgevoerd door beeldhouwer Niels Hansen Jacobsen (1861-1941) die afkomstig was uit Vejen en die vanaf 1914 zijn atelier had in Skibelund Krat, een nationale ontmoetingsplaats even ten noorden van de toenmalige Deens-Duitse grens. Hij schreef ook het gedicht op de sokkel: “Ak Sorgen hun vandrer saa vide, i Tusind Hjem gik hun ind; tilbage hun gaar nu at finde i fjerne Lande de Grave med Kors over danske Mænd.” (Ach, Droefheid zij wandelt zo verre, ze kwam binnen in duizenden huizen; terug keert zij nu om te zoeken, in verre landen de graven van Deense mannen voorzien van een kruis.) Van de zestig gevallenen komen 23 uit Gramby, 21 uit Kastrup, negen uit Tiset, drie uit Enderupskov en vier uit Vester Lindet. De meesten van hen, 46 mannen, verloren hun leven aan het westelijk front. De bronzen figuur werd al in 1918 in Gram gepresenteerd, maar het gehele monument werd pas op 6 juni 1924 onthuld.

Naast de monumenten voor de mensen uit de regio zijn er ook oorlogsgraven van krijgsgevangenen en strafgevangenen.

Krijgsgevangenen

Krijgsgevangenen waren soldaten uit Rusland, Frankrijk, België en Groot-Brittannië die door het Duitse leger gevangen waren genomen en die vervolgens naar Zuid-Jutland (Noord-Sleeswijk) gestuurd werden. De gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden, waardoor velen van hen al vroeg in de oorlog omkwamen. Er zijn graven van krijgsgevangenen op de kerkhoven van Tinglev en Løgumkloster.

Strafgevangenen

Strafgevangenen waren soldaten uit het Duitse leger die de regels van het leger hadden overtreden. In het begin werden de strafgevangenen vastgezet in de Duitse vestingsgevangenissen, maar vanaf het najaar van 1916 was het toegestaan om ze buiten de vestingen over te plaatsen. Zodoende werd een aantal van hen ingezet voor de bouw van Sicherungsstellung Nord, die ten zuiden liep van de toenmalige Deense grens langs de Kongeå. In totaal werden 32 compagnies van 250 man ingezet voor de zwaarste werkzaamheden aan de verdedigingslinie. De strafgevangenen werkten van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat en moesten vaak ver lopen op weg van en naar de linie. Tegelijkertijd was het eten slecht en de discipline hard met bijbehorende strafmaatregelen. Zodoende weet men dat er op begraafplaatsen langs de hele Sicherungsstellung Nord mensen begraven zijn. De meesten werden begraven op de begraafplaats van Løgumkloster. De graven zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog geruimd; slechts een klein deel van de grafstenen is bewaard gebleven.