Naturcenter Tønnisgård

Foto: Naturcenter Tønnisgaard

“Naturcenter Tønnisgård” op Rømø verzorgt de wereld aan excursies in de omliggende natuur.

Er zijn maar weinig plekken in Denemarken waar de natuur zo bijzonder en afwisselend is als in het Waddengebied. Dat is vooral te merken aan het grote verschil tussen hoog- en laagwater. Hierbij veranderen grote oppervlakken in een paar uur van zee in droogliggende zandbodem waarop je bodemdieren van heel dichtbij kunt bekijken.

Foto: Naturcenter Tønnisgaard

Het is dan ook niet verwonderlijk dat een groot deel van de Deense, Duitse en Nederlandse Waddenzee opgenomen is op de werelderfgoedlijst van UNESCO met de meest bijzondere natuurgebieden ter wereld die in stand moeten worden gehouden.

Het wadeneiland Rømø ligt in het zuidwestelijke puntje van het land, en hier is die nabijheid duidelijk te merken. De natuur is zowel wild als mooi, en de vele natuurervaringen deelt de plaatselijke bevolking graag met anderen. Om die reden werd “Naturcenter Tønnisgård” in 1992 opgericht. Het centrum organiseert per jaar ongeveer 400 excursies waarbij je met een gids de natuur ingaat. Het aanbod is uitgebreid. Het varieert van oestertochten, huifkartochten en garnaalvissen tot barnsteen bewerken en nog veel meer.

Het natuurcentrum ligt aan de oostkant van Rømø en is gevestigd in een oud walvisvaardershuis, een zogenaamde kommandørgård. Deze naam stamt af van het Nederlandse woord commandeur, de kapitein op een walvisvaartschip. Dat komt doordat een deel van de lokale zeelieden werkten binnen de Nederlandse walvisvaart. In deze met stro gedekte commandeurswoning is een permanente tentoonstelling gewijd aan de natuur en cultuur op Rømø en in het Waddengebied. Daarnaast worden er allerlei activiteiten in de werkplaats georganiseerd. Zo kun je bijvoorbeeld vliegers maken, kruidenboter maken, barnsteen bewerken of wol karden. Bovendien is er een overdekte buitenkeuken, waar je allerlei soorten eten kunt bereiden. 

Naturcenter Tønnisgård ontvangt jaarlijks een kleine 20.000 bezoekers, waarvan zo’n 80 procent uit Duitsland komt volgens Bente Bjerrum, leider van het centrum. Ongeveer 15 procent is Deens, terwijl de rest uit allerlei andere landen afkomstig is.