Woeste baren, schepen en walvisvaart – De maritieme geschiedenis van Sønderjylland

Foto: Wikicommons Arne Müsele

Sønderjylland kent een lange en rijke maritieme geschiedenis, waarbij zeemannen, walvisvaarders en de bruisende zee hun sporen hebben achtergelaten.

Het is tegenwoordig misschien moeilijk voor te stellen dat Tønder ooit een levendige havenstad was. Maar de stad, die vandaag de dag dankzij dijken en inpoldering 15 km van de Waddenzee ligt, stond ooit in verbinding met de zee en schepen konden er tot de 16e eeuw binnenvaren. En tot die tijd was Tønder een van de belangrijkste scheepshavens van Sønderjylland, waar de straatnaam Skibbrogade (‘Scheepssteigerstraat’) nog aan herinnert.

Maar Tønder is niet de enige plek die een grote rol heeft gespeeld in de maritieme geschiedenis van Sønderjylland. In de hele regio zijn er sporen en attracties die verwijzen naar een tijd toen de zee de belangrijkste manier van transport was, ver voordat snelwegen, luchthavens en spoorwegen zorgden voor een logistieke revolutie.

De Zuid-Jutse maritieme geschiedenis begint al in de prehistorie. De oudste van planken gemaakt boot, de Hjortspringboot van rond 350 v.Chr., is in 1921 gevonden in het veen van Nordals. En de oudste roeiboot van Noord-Europa, de Nydamboot, is vlak bij Sønderborg gevonden.

Vooral in de 18e en 19e eeuw speelde de zeevaart een hoofdrol in deze regio. Op Rømø hebben kapiteins op de walvisvaart, commandeurs genoemd, hun stempel op het eiland gedrukt als ze niet op hun gevaarlijke tochten op de Noord-Atlantische Oceaan waren om op de reuzen van de zee te jagen. En tot op de dag van vandaag kun je op de Kommandørgården op Rømø ervaren hoe een walvisvaardersfamilie leefde. Bovendien is er het geraamte te zien van een echte potvis.

Ook Aabenraa was in die tijd een trotse zeevaartstad. Hier voeren schepen uit richting verre oorden zoals Zuid-Amerika, China en Japan, en op het schiereiland Løjt ten noordoosten van de stad lieten kapiteins overdadige landhuizen bouwen met de rijkdom die ze met zich mee naar huis brachten. Veel van deze huizen staan er nog en laten de voormalige rijkdom zien.

Scheepvaart staat ook gelijk aan kanonnen, kruit en kogels. Daarvan getuigen de twee kanonnen in Aabenraa. Deze zijn afkomstig van het schip Aurora dat in 1808 in Aabenraa gebouwd werd.

De twee kanonnen worden tegenwoordig afgevuurd bij speciale gelegenheden wanneer de kanonniers van Auroras Kanonlaug een saluut op zijn plaats vinden, bijvoorbeeld bij havenfeesten in het gebied. Schepen legden niet alleen aan in Aabenraa. Ze werden er ook gebouwd, zowel in Aabenraa zelf als op het idyllische schiereiland Kalvø aan de Genner Bugt, waar de reder Jørgen Bruhn rond 1850 een scheepswerf bouwde. Op deze werf werden enkele van de grote handelsschepen gebouwd die op de zeven wereldzeeën voeren.

De werf is inmiddels al lang gesloten, maar bevlogen vrijwilligers hebben een klein museum opgericht: Det Maritime Kalvø. Hier kunnen geïnteresseerden meer te weten komen over de scheepvaart van toen die goederen, geld en vele mooie verhalen vanuit de hele wereld naar Sønderjylland bracht.